Boodschap van Leo XIV
voor de 100e Wereldmissiedag
[18 oktober 2026]
Eén in Christus, verenigd in de zending

Dierbare broeders en zusters!

Voor Wereldmissiezondag 2026 heb ik gekozen voor het thema: Eén in Christus, verenigd in de zending. We vieren hiermee het honderdjarige jubileum van deze door Pius XI ingestelde dag, die de Kerk zo nauw aan het hart ligt. In de geest van het Jubeljaar spoor ik de gehele Kerk aan om, bezield door de Heilige Geest, met vreugde en ijver de missionaire weg voort te zetten. Deze weg vraagt om harten die één zijn in Christus, om verzoende gemeenschappen en om de bereidheid van ons allen tot een edelmoedige en vertrouwvolle samenwerking.

Wij willen ons in deze reflectie over onze eenheid in Christus en onze verbondenheid in de zending laten leiden en inspireren door de goddelijke genade. Zo kunnen wij het vuur van onze missionaire roeping hernieuwen en ons samen toeleggen op onze inzet voor de evangelisatie, aan het begin van een nieuw missionair tijdperk in de geschiedenis van de Kerk (Homilie tijdens de Mis voor het Jubileum van de missionaire wereld en de migranten, 5 oktober 2025).

1. Eén in Christus. Leerling-missionarissen verenigd in Hem en met hun broeders en zusters

Het mysterie van de vereniging met Christus vormt de kern van de zending. Vóór zijn lijden bad Jezus tot de Vader: Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in Ons zijn (Joh 17,21). In deze woorden openbaart zich het diepste verlangen van de Heer Jezus. Tegelijkertijd onthullen ze de identiteit van de Kerk als de gemeenschap van zijn leerlingen: een communio die voortkomt uit de Drie-eenheid en leeft vanuit en in de Drie-eenheid, om de broederschap tussen alle mensen en de harmonie met alle schepselen te dienen.

Christen-zijn is niet in de eerste plaats een geheel van praktijken of ideeën; het is een leven in verbondenheid met Christus. In Hem delen wij het zoonschap dat Hij met de Vader beleeft in de Heilige Geest. Het betekent in Christus blijven zoals ranken aan een wijnstok (cf. Joh 15,4), diepgeworteld in het leven van de Drie-eenheid. Uit deze eenheid welt de gemeenschap tussen gelovigen op en ontspringt alle missionaire vruchtbaarheid. Want, zoals de Heilige Johannes Paulus II ons leerde: de gemeenschap is zowel de bron als de vrucht van de zending (Apostolische exhortatie Christifideles laici, 32).

Onze eerste missionaire opdracht is dan ook het vernieuwen en levend houden van de geestelijke en broederlijke eenheid. Te vaak zien we conflicten, polarisatie, onbegrip en wantrouwen om ons heen. Wanneer die verdeeldheid onze eigen gemeenschappen binnendringt, verzwakt ons getuigenis. De ons toevertrouwde zending vraagt immers om verzoende harten die vurig verlangen naar gemeenschap. Daarom willen we de oecumenische banden met alle christelijke Kerken aanhalen en dankbaar gebruik maken van de gezamenlijke viering van het 1700-jarig jubileum van het Concilie van Nicea.

Ten slotte – en dit is niet minder belangrijk – roept het één zijn in Christus ons op om onze blik onafgebroken op de Heer gericht te houden, zodat Hij werkelijk het centrum vormt van ons persoonlijk en gemeenschappelijk leven, van elk woord, elke daad en elke menselijke relatie. Dan kunnen wij vol verwondering zeggen: Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij (Gal 2,20). Dit is mogelijk dankzij het voortdurend luisteren naar zijn Woord en door de genade van de sacramenten. Zo worden wij levende stenen van de Kerk, die vandaag geroepen is om de fundamentele opdrachten van het Tweede Vaticaanse Concilie en het pauselijke leergezag dat daarop volgde – in het bijzonder dat van paus Franciscus – op te nemen. Immers, zoals de Heilige Paulus stelt: Wij verkondigen niet onszelf, wij verkondigen dat Jezus Christus de Heer is (2 Kor 4,5). Daarom herhaal ik de woorden van de Heilige Paulus VI: Er is geen sprake van werkelijke evangelisatie als de naam, de leer, het leven, de beloften, het Koninkrijk en het mysterie van Jezus van Nazareth, de Zoon van God, niet worden verkondigd (Apostolische exhortatie Evangelii nuntiandi, 22). Dit proces van authentieke evangelisatie begint in het hart van elke christen, om zich vervolgens uit te breiden naar de gehele mensheid.

Hoe inniger wij dus in Christus verenigd zijn, des te meer kunnen wij samen de zending volbrengen die Hij ons toevertrouwt.

2. Verenigd in de zending. Opdat de wereld gelooft in Christus de Heer

De eenheid van de leerlingen is geen doel op zich: zij is geheel gericht op de zending. Jezus benadrukt dit met klem: Opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden (Joh 17,21). Juist in het getuigenis van een verzoende, broederlijke en solidaire gemeenschap vindt de verkondiging van het Evangelie haar volle zeggingskracht.

In dit perspectief roepen wij het devies van de zalige Paolo Manna in herinnering: Heel de Kerk voor de bekering van de hele wereld. Dit motto verwoordt kernachtig het ideaal dat de drijfveer vormde bij de oprichting van de Pauselijke Missionaire Unie in 1916. Ter gelegenheid van haar 110-jarig bestaan spreek ik mijn erkentelijkheid en zegen uit voor haar inzet om de missionaire geest bij priesters, religieuzen en leken te bezielen en te vormen, en zo de eenheid van alle evangeliserende krachten te bevorderen. Geen enkele gedoopte staat immers buiten de zending of kan er onverschillig tegenover staan; allen nemen deel aan het grote werk dat Christus aan zijn Kerk toevertrouwt, ieder naar eigen roeping en levensstaat. Zoals paus Franciscus herhaaldelijk heeft benadrukt, is de verkondiging van het Evangelie altijd een samenspel: een gemeenschappelijk en synodaal handelen.

Daarom betekent verenigd zijn in de zending: de spiritualiteit van gemeenschap en missionaire samenwerking koesteren en voeden. Door elke dag in deze houding te groeien, leren wij met de hulp van de goddelijke genade onze broeders en zusters steeds meer met de ogen van het geloof te zien. Zo leren wij om met vreugde het goede te herkennen dat de Geest in ieder mens opwekt, diversiteit als een rijkdom te verwelkomen, elkaars lasten te dragen en altijd te zoeken naar de eenheid die van boven komt. Wij delen immers allen in één enkele zending, die voortkomt uit één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is (Ef 4,5-6). In deze spiritualiteit krijgt ons missionair leerlingschap elke dag opnieuw vorm. Zij stelt ons in staat om een universele visie op de evangelisatieopdracht van de Kerk te herontdekken, en zo de versnippering van krachten en de onderlinge verdeeldheid – ik ben van Paulus, ik van Apollos – tussen de volgelingen van de ene Heer te overwinnen (cf. 1 Kor 1,10-12).

Missionaire eenheid moet uiteraard niet worden opgevat als uniformiteit, maar als een verscheidenheid aan charisma’s die toewerken naar hetzelfde doel: de liefde van Christus zichtbaar maken en iedereen uitnodigen tot een ontmoeting met Hem. Evangelisatie is vruchtbaar wanneer lokale gemeenschappen met elkaar samenwerken en wanneer culturele, spirituele en liturgische verschillen in volledige harmonie tot uiting komen vanuit datzelfde geloof. Daarom moedig ik de kerkelijke instellingen en geledingen aan om hun missionaire verbondenheid in de Kerk te verstevigen, en met creativiteit concrete wegen van samenwerking te ontwikkelen, voor en in de zending.

In dit verband dank ik de Pauselijke Missiewerken voor hun dienst aan de missionaire samenwerking, die ik al tijdens mijn ambt in Peru met grote dankbaarheid heb mogen ervaren. Deze werken – de Vereniging voor Geloofsverspreiding, het Genootschap van de Heilige Kindsheid, het Genootschap van de Heilige apostel Petrus en de Missionaire Unie – blijven het missiebewustzijn van gelovigen, van klein tot groot, ondersteunen en vormen. Zij bevorderen een netwerk van gebed en naastenliefde dat gemeenschappen over de hele wereld met elkaar verbindt. Het is veelzeggend dat de stichtster van de Vereniging voor Geloofsverspreiding, de zalige Pauline Marie Jaricot, tweehonderd jaar geleden de ‘Levende Rozenkrans’ bedacht. Tot op de dag van vandaag brengt dit initiatief talloze gelovigen in groepen bijeen om, vaak zelfs op afstand, te bidden voor alle spirituele en missionaire noden. Het was overigens op voorstel van ditzelfde Genootschap dat Pius XI in 1926 de Wereldmissiezondag instelde. Nog altijd worden de giften die op deze dag worden ingezameld door dit Genootschap, in naam van de paus, verdeeld voor de diverse behoeften van de zending van de Kerk. De vier Missiewerken vervullen, zowel gezamenlijk als elk vanuit hun eigenheid, nog steeds een kostbare rol voor de gehele Kerk. Zij zijn een levend teken van de kerkelijke missionaire eenheid en gemeenschap. Ik nodig iedereen uit om in een geest van dankbaarheid met hen samen te werken.

3. Een zending van liefde: Gods trouwe liefde verkondigen, beleven en delen

Als de eenheid de voorwaarde is voor de zending, dan is de liefde de essentie ervan. De Blijde Boodschap die wij aan de wereld mogen verkondigen, is geen abstract ideaal; het is het Evangelie van Gods trouwe liefde, die gestalte heeft gekregen in het gelaat en het leven van Jezus Christus.

De zending van de leerlingen en van de gehele Kerk is de voortzetting, in de Heilige Geest, van de zending van Christus: een zending die voortkomt uit liefde, geleefd wordt in liefde en leidt tot liefde. Dit is zo wezenlijk dat de Heer zelf zijn hogepriesterlijk gebed tot de Vader vóór zijn lijden – na de eenheid van de leerlingen te hebben afgesmeekt – als volgt besluit: opdat de liefde waarmee U Mij hebt liefgehad, in hen zal zijn en Ik in hen (cf. Joh 17,26). Gedreven door de liefde van Christus en uit liefde voor Hem trokken de apostelen er vervolgens op uit om het Evangelie te verkondigen (cf. 2 Kor 5,14). Zo hebben door de eeuwen heen talloze christenen – martelaren, belijders en missionarissen – hun leven gegeven om deze goddelijke liefde aan de wereld kenbaar te maken. Onder leiding van de Heilige Geest, de Geest van de liefde, zet de Kerk deze evangelisatieopdracht voort tot aan het einde der tijden.

Daarom wil ik mijn bijzondere dank uitspreken aan de missionarissen ad gentes van vandaag: mannen en vrouwen die, in de voetsporen van de Heilige Franciscus Xaverius, hun vaderland, hun familie en al hun zekerheden achter zich hebben gelaten om het Evangelie te verkondigen. Zij brengen Christus en zijn liefde naar gebieden waar de omstandigheden vaak zwaar en armoedig zijn, oorden die getekend zijn door conflicten of cultureel ver van hen afstaan. Ondanks tegenspoed en menselijke beperkingen blijven zij zichzelf met vreugde geven, omdat zij weten dat Christus zelf, met zijn Evangelie, de grootste rijkdom is om te delen. Door hun volharding laten zij zien dat de liefde van God sterker is dan welke barrière ook. De wereld heeft nog steeds nood aan deze moedige getuigen van Christus, en onze kerkgemeenschappen hebben behoefte aan nieuwe missionaire roepingen; roepingen die ons altijd ter harte moeten gaan en waarvoor we onophoudelijk tot de Vader moeten bidden, opdat Hij ons jonge mensen en volwassenen schenkt die bereid zijn alles achter te laten om Christus te volgen op de weg van de evangelisatie, tot aan de uiterste grenzen van de aarde!

Vervuld van bewondering voor onze missionarissen richt ik een bijzondere oproep tot de gehele Kerk: laten wij ons allen verenigen in de evangelisatieopdracht door het getuigenis van ons leven in Christus, door gebed en door onze bijdrage voor de missies. We weten – zoals de Heilige Franciscus van Assisi zei – dat de Liefde niet bemind wordt. Nu het achthonderd jaar geleden is sinds zijn binnengaan in de heerlijkheid, kijken wij met bijzondere aandacht naar hem. Laten we ons bezielen door zijn verlangen om te leven in de liefde van de Heer en deze door te geven aan mensen dichtbij en ver weg, want zoals hij zelf verklaarde: We moeten de liefde van Hem die ons zozeer heeft liefgehad, mateloos liefhebben (H. Bonaventura van Bagnoregio, Legenda Maior, hfst. IX, 1). Laten we ons ook gesterkt voelen door de ijver van de Heilige Theresia van het Kind Jezus. Het was haar diepste wens om haar zending zelfs na haar dood voort te zetten: In de hemel wil ik hetzelfde als op aarde: Jezus liefhebben en Hem doen liefhebben (Brief aan E.H. Bellière, 24 februari 1897).

Bezield door deze getuigenissen roep ik ons allen op om – ieder naar eigen roeping en ontvangen gaven – bij te dragen aan de grote evangelisatieopdracht, die immers altijd een werk van liefde is. Uw gebed en uw concrete steun, in het bijzonder op Wereldmissiezondag, zijn een grote hulp om het Evangelie van Gods liefde naar iedereen uit te dragen, met name naar de allerarmsten en de meest behoeftigen. Laat elke gift, hoe bescheiden ook, zo een betekenisvolle daad van missionaire verbondenheid zijn. Daarom herhaal ik mijn hartelijke dank voor alles wat u zult doen om mij te helpen de missionarissen wereldwijd te steunen (Videoboodschap voor Wereldmissiezondag 2025). Om onze geestelijke band te voeden, geef ik u, samen met mijn zegen, dit eenvoudige gebed mee:

"

Heilige Vader,

geef dat we één zijn in Christus,

geworteld in zijn liefde die verenigt en vernieuwt.

Maak dat alle leden van de Kerk eensgezind zijn in hun zending,

gehoorzaam aan de Heilige Geest en

moedig in hun getuigenis van het Evangelie,

om zo dagelijks uw trouwe liefde voor elk schepsel te verkondigen en gestalte te geven.

Zegen alle missionarissen, steun hen in hun zware taak en houd hun hoop levend!

 

Maria, Koningin van de missies,

begeleid ons evangelisatiewerk

tot in de uithoeken van de aarde:

maak van ons instrumenten van vrede

en geef dat de hele wereld in Christus

het reddende licht herkent.

Amen.


Paus Leo XIV

Vaticaanstad, 25 januari 2026, derde zondag door het jaar, feest van de Bekering van de Heilige Paulus.

 

 

LEO PP. XIV

Copyright © Dicasterie voor de Communicatie – Libreria Editrice Vaticana