Bijbelmeditatie voor 30 oktober

30ste week door het jaar – Oneven Jaar

Rom 8, 31b-39; Ps 108; Lc 13, 31-35

Een hart dat standhoudt

In zijn brief aan de Romeinen stelt Paulus een belangrijke vraag: “Wat moeten wij hieraan nog toevoegen? Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?” (Rom 8, 31). Denk daar eens even over na. Tegenover de constante uitdagingen van het leven, de fluisteringen van twijfel, de pijn van verraad, de angst voor het onbekende, herinnert Paulus ons aan een fundamentele waarheid: God staat aan onze kant. Hij die zijn eigen Zoon niet spaarde, maar hem voor ons allen opofferde, hoe kan Hij ons dan niet ook, met genade, alle dingen geven? Misschien voelen sommigen van ons zich vandaag net als de psalmist, kwetsbaar, verwaarloosd, verlaten, vergeten, gemarginaliseerd, terwijl anderen zware financiële en economische lasten dragen in het leven van vandaag.
Ja, het is waar! Zelfs Jezus had te maken met soortgelijke bedreigingen en pijn, zoals het evangelie van vandaag uit Lucas ons vertelt. Toch doet de psalmist een prachtige stap terug als hij zegt: “Ik zal de Heer met luide stem loven, ik zal zijn lof zingen temidden van de menigte, want hij heeft zich aan de rechterhand van de armen opgesteld, om hem te redden van hen die hem veroordelen” (Ps 108). Zelfs in de diepste wanhoop herinneren de psalmist en Jezus ons aan Gods onwankelbare liefde en kracht. We ontmoeten het diepe verlangen van een liefdevol hart dat op weerstand stuit, een schrijnende herinnering dat zelfs goddelijke liefde haar weg niet kan vinden.
De centrale boodschap voor ons vandaag is de overgang van wanhoop naar vreugde, van twijfel naar zekerheid. Wat onze positie in het leven ook is, voor welke uitdagingen we ook staan, welke twijfels onze geest ook vertroebelen, laten we denken aan de klinkende verklaring van Paulus: “Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven, noch engelen noch boze geesten, noch wat is noch wat zijn zal, en geen macht in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer.” (Rom 8, 38-39). Laten we deze woorden diep in onze ziel laten doordringen. Laten ze een anker zijn in de stormen van het leven. Laten we erkennen dat zelfs wanneer we ons eenzamer en kwetsbaarder voelen, Gods liefde ons omringt, ons beschermt en ons kracht geeft. Zoals een kip haar kuikens beschermt, verlangt God naar ons welzijn en biedt Hij ons troost en kracht.
Laten we daarom ons hart richten op Jezus, die het onwankelbare hart van liefde is. Laten we onze zorgen en onze vreugden, onze triomfen en onze mislukkingen aanbieden aan Hem die alles al heeft overwonnen. Laten we ons toevertrouwen aan zijn onfeilbare aanwezigheid en zijn liefde de leidende kracht van ons leven laten zijn. Want in zijn liefde vinden we onze ware kracht, onze blijvende hoop en onze eeuwige vrede. Amen

 

Terug naar het overzicht