Bijbelse meditatie voor 1 oktober

Gedenkdag van de heilige Theresia van het Kind Jezus, maagd en kerklerares

26e week door het jaar – Even Jaar

Job 19, 21-27  |  Ps 27  |  Lc 10, 1-12

De liturgie leidt ons meteen in op het thema van de missie dat ons de hele maand oktober zal bezighouden, in het jaar waarin we de 100e verjaardag van Wereldmissiezondag en de 110e verjaardag van de Pauselijke Missionaire Unie vieren.

In de eerste lezing is de kreet van Job veelzeggend: op het hoogtepunt van zijn lijden spreekt hij de wens uit om God aan het werk te zien, dat wil zeggen om, al op deze aarde, van zijn beproevingen bevrijd te worden. Jezus beantwoordt deze verwachting van bevrijding. In de evangelietekst spoort hij zijn leerlingen aan om tot de Heer van de oogst te bidden dat Hij arbeiders naar zijn oogst zou zenden, en onmiddellijk daarna zendt hij tweeënzeventig van hen op pad, op missie. Kort daarvoor had Lucas namelijk al melding gemaakt van een eerste zending van twaalf leerlingen, die volgens hem ten volle als apostelen konden worden beschouwd. Nu daarentegen, puttend uit een andere overlevering, herinnert hij aan de uitzending van nog eens tweeënzeventig leerlingen.

Door met getallen te spelen, wil hij laten zien dat Jezus, nadat hij de twaalf naar de twaalf stammen van Israël had gezonden, ook de andere volken in gedachten had, die volgens het boek Genesis (in de Griekse vertaling) precies tweeënzeventig in aantal waren. Aan beide groepen vertrouwt Jezus de taak toe om de naderende komst van het Rijk Gods te verkondigen. Dit betekent het begin van een nieuwe wereld, waarin zoveel leed zal worden verlicht en er eindelijk vrede zal heersen, samen met gerechtigheid en solidariteit.

Dit is het ideaal dat de gezondenen nu moeten verkondigen, mogelijk aan de hele wereld, en waarvan zij in de eerste plaats met hun eigen leven moeten getuigen. Daarom moeten zij zich gedragen als lammeren tussen wolven, en zo de verleiding weerstaan om via geweld een betere wereld tot stand te brengen. Bovendien moeten zij genoegen nemen met het voedsel dat hun wordt aangeboden, en die voedselvoorschriften vermijden die relaties tussen mensen belemmeren. Ten slotte schenkt Jezus de apostelen de kracht om hen te genezen die niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk ziek zijn.

Het uitzenden van de tweeënzeventig leerlingen raakt ons diep. Paus Franciscus schreef: “Christenen volgen Christus de Heer en zijn geroepen om het goede nieuws te verspreiden. Door de levensomstandigheden van de mensen die ze ontmoeten te delen, worden ze dragers en bouwers van hoop.” (Boodschap voor de Wereldmissiezondag 2025). En missionarissen vervullen deze taak ook in onze naam.