Begin deze eeuw zag Kalebasse het levenslicht. De doelstelling is om de vrouwelijke religieuzen in D.R. Congo, Rwanda en Burundi kansen te geven voor opleiding, (permanente) vorming en ondersteuning opdat hun apostolaat vruchtbaar mag zijn.
Zr. Godefrieda Janssens, ondertussen 93 jaar, was van in de beginjaren verbonden met Kalebasse. Ze is de algemeen overste van de Zusters van O.L.V.-Presentatie, van Sint-Niklaas en woont met nog 9 zusters in het enige klooster van haar congregatie dat er nog rest, in Lotenhulle bij Aalter. Ze vertelt enthousiast over de ‘vreemde’ schrijfwijze van de naam: “De ‘K’ is voor de Vlamingen en de ‘sse’ op het einde voor de Franstaligen. Samen met Jan Dumon – toenmalig nationaal directeur van Missio België – werden de statuten uitgewerkt. Alle Belgische congregaties werden bij de oprichting aangeschreven om Kalebasse te steunen en zo ook de toekomst van de zusters in Congo, Rwanda en Burundi een hart onder de riem te steken in hun roeping en pastorale inzet voor de bevolking aldaar.”
“Het hoofddoel is steun voor de specifieke godsdienstige aspecten van het religieuze leven bij vrouwelijke religieuzen,” gaat zr. Godefrieda verder. “Met onze kloosters in Congo ondervonden we zelf hoe moeilijk het er was, en nog steeds is, om Congolese religieuzen een degelijke vorming en begeleiding te geven. Ondertussen zijn onze kloosters in Congo overgedragen aan de bisdommen. Zuster Greta, ondertussen 84 jaar, is de enige zuster van onze congregatie die nog in Congo woont. Ze wilt niet terugkeren naar België. De paters kapucijnen en de rector van een nabijgelegen seminarie dragen zorg voor haar.” En zr. Godefrieda besluit fier en dankbaar: “En Kalebasse heb ik met een gerust hart aan anderen toevertrouwd.”
“De inzet en gedrevenheid van zr. Godefrieda zal ik niet gauw vergeten”, vertelt Jan Dumon, gewezen secretaris-generaal van het Pauselijke Missiewerk Sint-Petrus Apostel. “Haar inzet en inzichten dragen vrucht. Het was zr. Jacqueline Eggermont, zuster bij de Zusters Kindsheid Jesu, die letterlijk mee aan de wieg stond van Kalebasse en mee vorm gaf aan de organisatie. Vanuit haar congregatie, die hier vele scholen telt, wist ze hoe belangrijk een goede kwaliteitsvolle opleidingen was. Zij zat mee aan de ‘tekentafel’ van Kalebasse. Later kwam ook zr. Godefrieda erbij.”
“Vele Belgische congregaties stuurden zusters naar Congo, allen met een diploma op zak. Dat was bij de Congolese zusters wel anders. Ze hadden geen kans om te studeren bij gebrek aan middelen en dat kwam ook hier ter sprake”, vervolgt Jan Dumon de ontstaansgeschiedenis van Kalebasse. “En wat bleek: een studiebeurs krijgen voor studies in Europa was makkelijker dan een beurs krijgen voor studies in eigen land. En dat terwijl er degelijke opleidingen in eigen land waren, maar dat konden de meeste congregaties niet betalen. Het overtuigde de congregaties hier nog meer om te zorgen voor de financiering van vorming van de zusters in Congo. Later kwamen ook Rwanda en Burundi erbij. De verantwoordelijkheid ligt bij de Hogere Oversten in de drie landen, de financiering komt van Kalebasse en de administratie is toevertrouwd aan Missio België.”
Vandaag is zr. Linda Meire, in nauwe samenwerking met Missio België, het aanspreekpunt van Kalebasse in België. Ze is algemeen overste van de Zusters van Maria van Ingelmunster en reist geregeld naar Congo waar haar congregatie verschillende gemeenschappen heeft. “Ik ben pas terug uit Vietnam, ook daar zijn we aanwezig”, vertelt zr. Linda, en al lachend zegt ze in een adem, “,… en het eten is er heel lekker.”
“Via zr. Godefrieda, die ik nog ken van mijn schooltijd in Sint-Niklaas, kwam ik in contact met Kalebasse, en nu ben ik in België de contactpersoon,” schetst zr. Linda haar engagement in de stichting. “Het mooie eraan is dat we de middelen die we hier in België hebben, zo vruchten kunnen laten voortbrengen in een regio waar ze nog vele roepingen hebben, maar onvoldoende middelen om de postulanten, novicen en zusters verder te vormen in hun roeping. Dankzij onze steun kunnen ze zich vormen om nog beter dienstbaar te zijn in de samenleving.”
D.R. Congo, Rwanda en Burundi zijn vandaag de prioritaire landen voor steun. “Dat staat uitdrukkelijk zo in ons huishoudelijk reglement”, zo leest ze kort voor. “In elk van deze landen hebben we een contactpersoon. We willen er zijn voor alle congregaties daar, zonder er één voor te trekken. Daarom loopt de steun via de Unie van de Hogere Oversten of een gelijkaardige instantie, te vergelijken met de Unie van de Religieuzen in Vlaanderen (URV) en la Conférence des religieux et religieuses en Belgique (COREB). Kalebasse vanuit België werkt dus samen met COSUMA in D.R. Congo, met USUMA in Rwanda en met USUMA in Burundi. In elke organisatie hebben we een contactpersoon die alles nationaal opvolgt.”
“In elk van de drie landen verloopt de steun een beetje anders. We proberen geen enkele vrouwelijke congregatie uit te sluiten, maar alleen Congo al telt er méér dan 160. Zodoende beperken we de steun er tot 1 lid van elke congregatie die een aanvraag doet. In Congo wordt veelal geïnvesteerd in individuele professionele opleidingen via studiebeurzen, meer dan 60 zusters per jaar, zodat ze zich nadien nog beter ten dienste kunnen stellen in de samenleving. Opleidingen in pedagogie of verpleegkunde en zelfs ook in informatica, om er maar enkele te noemen, worden gefinancierd.”
Opmerkelijk is een voetnoot op de agenda van de ontmoeting van zr. Linda met de verantwoordelijken van COSUMA in Congo in juli 2025: “De religieuzen keren na de opleiding terug naar hun provincies waar ze vaak de enige gekwalificeerden zijn om kwaliteitsvolle dienstverlening te verzekeren. De ‘Kalebasse’-zusters zijn missionarissen in Afrika, meer bepaald in D.R. Congo, Rwanda en Burundi.”
In Rwanda wordt vooral geïnvesteerd in vormingssessies gespreid doorheen het jaar voor bepaalde doelgroepen van religieuzen, bijvoorbeeld voor alle postulanten of voor deze die tussen de 5 en 10 jaar geprofest zijn of voor lokale oversten en dit telkens met een thema dat bij hen aansluit. We zien thema’s als ‘Godgewijden, getuigen van hoop in onze veranderende wereld’ of ‘Leiderschap in een religieus instituut’ in hun jaarrapport staan.
En Burundi organiseerde met de steun een vierdaagse vormingssessie waarin verschillende aspecten van het religieuze leven aan bod kwamen. Hieraan namen meer dan 240 jonge zusters deel. De waardering van de steun is te lezen in een brief aan Kalebasse: “Wij, de jonge zusters van USUMA Burundi, hebben financiering ontvangen voor onze vormingssessie met als thema: ‘Onszelf leren kennen om onze roeping vrijer te kunnen verwezenlijken’. We zijn ontzettend blij u hartelijk te kunnen bedanken voor uw morele en materiële steun.”
“Ik probeer elk jaar in Congo, tijdens mijn bezoeken aan onze eigen zusters, tijd te maken voor een ontmoeting met de verantwoordelijken van COSUMA en met zuster Mathilde Ndanisa, ons aanspreekpunt binnen de COSUMA, om een kijk te krijgen op de noden”, vertelt zr. Linda, terwijl ze ook het jaarrapport vanuit Rwanda toont. “We willen inderdaad door de aanspreekpunten geïnformeerd worden over wat er met onze steun gebeurt. En in Rwanda voegen ze er ook hun plannen voor het volgende jaar bij. O.a. een vormingssessies met als thema ‘De dynamiek van het zusterlijk samenleven in een gemeenschap’ en ‘Het authentieke religieuze leven beleven met oog op de spanningen tussen generaties’ zijn reeds ingepland,… Op het rapport van Burundi wacht ik momenteel nog, maar het zal weldra komen.”
“Op deze manier kunnen we investeren in de toekomst van de vrouwelijke congregaties ginder’, besluit zr. Linda. “En we investeren ook in de zelfredzaamheid van hen, zodat ze gaandeweg autonomer kunnen investeren in het religieuze leven en meer professioneel dienstbaar zijn in het apostolaat, ook al hebben ze te maken met vaak complexe en moeilijke situaties in hun land. En ook wij dragen de vruchten ervan. Momenteel zijn er reeds 3 Congolese medezusters bij ons in Ingelmunster die zich hier inzetten als religieuze.”

