Bijbelmeditatie bij de tweede adventszondag

Zondag 7 december 2025

Tweede zondag van de advent

Jes. 11, 1-10, Ps. 72 (71), 2. 7-8. 12-13. 17, Rom. 15, 4-9, Mt. 3, 1-12

Op deze tweede adventszondag worden we opnieuw binnengeleid in de wereld van de belofte van vrede en gerechtigheid. De beelden die Jesaja gebruikt zijn klaar en duidelijk. Ze zeggen ons dat wat in mensenogen onmogelijk is, mogelijk wordt: wolven vertoeven bij lammeren, kinderen die zonder gevaar spelen bij holen van giftige slangen. Het zijn geen naïeve dromen, maar tekenen dat God iets mogelijk maakt wat in mensenogen onmogelijk lijkt.

Die vrede en gerechtigheid beginnen klein. De twijg aan de stronk van Jesse lijkt misschien betekenisloos. Toch zal deze telg – ogenschijnlijk nietig– een teken worden voor de volken. Juist uit dat kleine, kwetsbare begin groeit de Messias, de gezalfde, op wie de Geest van de Heer rust. Hij zal recht verschaffen aan wie klein is, gerechtigheid brengen aan wie geen stem heeft. De naties zullen Hem zoeken.

Paulus sluit hierbij aan wanneer hij de christenen van Rome aanspoort: ‘Aanvaardt elkaar, zoals ook Christus u heeft aanvaard.’ God, onze Vader, wordt geprezen voor zijn barmhartigheid voor iedereen, vervolgt Paulus. Dat zal een teken zijn, ook voor de heidenen, de ongelovigen om Godsnaam te prijzen. Wanneer gelovigen elkaar dragen, vergeven en nabij zijn, wordt zichtbaar waar Paulus over spreekt: een gemeenschap die leeft van hoop.

Johannes de Doper plaatst diezelfde verwachting in een heel concreet kader. Hij verwijst in zijn prediking naar die twijg aan de boom van Jesse die Jesaja voorspelde: ‘het Koninkrijk der Hemelen is nabij’. Het is geen fait divers dat hier verkondigt wordt. Het is een dringende uitnodiging om ons voor te bereiden op Zijn komst. De doop in de Jordaan bij Johannes is een klein voorsmaakje van wat Hij die na hem komt, zal brengen. Die doop is een weg naar besef van zonden, een weg naar vergiffenis, naar een ommekeer in het leven.

Ook vandaag klinkt die roep in mijn en jouw eigen woestijn, waar wegen ten leven soms ver te zoeken zijn. Onze woestijn is misschien geen zee van zand, maar de plekken in ons leven waar we zoeken naar richting, waar vrede ver weg lijkt, waar onrecht zich aandient, waar relaties onder druk staan en waar hoop soms dun wordt. Precies daar klinkt Johannes’ stem: “Bereid de weg voor de Heer.” Omdat, zo belooft Johannes, die weg ten leven op komst is en dat de goede vruchten van het leven zorgvuldig worden gescheiden van het kaf.

Net als bij Jesaja maakt Matteüs ons met beeldspraak duidelijk wat we mogen verwachten bij de komst van de Heer. Een boom die geen vrucht draagt wordt omgehakt en in het vuur geworpen. De tarwe zal Hij verzamelen in de schuur, het kaf wordt verbrand in onblusbaar vuur. Geen dreigementen, maar een wake-up call. God vraagt van ons dat ons leven vrucht draagt – vruchten van gerechtigheid, vrede, solidariteit, trouw.Het Koninkrijk der Hemelen is nabij.

Zo zijn we samen op weg naar het Licht dat weldra onder de mensen zal schijnen, naar de geboorte van het Kind dat onder de mensen komt wonen. In dat perspectief spoort Paulus ons aan om eensgezind te blijven: om een geloofsgemeenschap te zijn die leeft vanuit hetzelfde geloof, gedragen door dezelfde Geest, toegewijd aan de gerechtigheid en vrede die Christus brengt.
 
Terug naar het overzicht