‘Plots was ik directeur van een vluchtelingenkamp’

Suara 101 – missionarissen van hoop
Pater David Tulimelli (43) is een salesiaan uit de regio Andhra Pradesh, in het zuiden van India. Voor zijn studies hem in 2018 naar België voerden, was hij lange tijd missionaris in Soedan en Zuid-Soedan. In juli keerde hij terug naar Zuid-Soedan om er zijn werk verder te zetten.

 

Hoe bent u in Soedan terechtgekomen?

Door pater Jan Lens, een Vlaamse salesiaan en missionaris. Ik voelde me erg aangetrokken door zijn manier van leven. Ik zei hem dat ik ook missionaris wilde worden. Zijn antwoord was eenvoudig: ‘Je bent nog te jong. Heb nog wat geduld.’ Ik was toen 16 jaar. Op mijn 17de drong ik nogmaals aan. ‘Eerst je noviciaat en dan filosofie studeren.’

P. David Tulimelli
P. David Tulimelli

En hoe ging het dan verder?

Tijdens mijn stagejaar kwam de vraag om naar Khartoem — in het huidige Soedan — te gaan. De salesianen hadden er een school waar ik een lesopdracht kreeg. We hadden er ook een parochie.

Nog geen jaar later werd ik naar El Obeid gezonden, 600 km ten zuidwesten van Khartoem. We hadden er een technische school. We vingen er ook kinderen uit Darfur op, een regio in het westen van Soedan, waar een groot conflict heerste. Ik werd er o.a. verantwoordelijk voor de 400 jongeren tussen 15 en 21 jaar die in ons weeshuis verbleven.

Van 2011 tot 2018 verbleef ik in Zuid-Soedan, dat ondertussen onafhankelijk geworden was. Ik werd lid van de bisschopsraad van het aartsbisdom Juba en engageerde me als jongerenpastor in het parochiewerk.

In de nacht van 15 op 16 december 2013 hoorden we tijdens de aanbidding stemmen. Het was ons niet meteen duidelijk wat er gaande was. Toen we na enkele uren gingen kijken, bleek dat ons terrein ingenomen was door een grote menigte, voornamelijk vrouwen en kinderen, in totaal wel 4.000 mensen! We lieten hen in onze kerk overnachten en gaven hen het eten dat voorzien was voor de jongeren in onze school. Wat een nacht! Een nieuwe dag begon. Ik had geen oog dicht gedaan en plots was ik directeur van een vluchtelingenkamp.

 

En wat na die ene nacht?

Toen we ’s morgens op ons domein kwamen, vonden we vele doden. Ik heb samen met een van onze paters een massagraf gemaakt om hen te begraven. We kenden die mensen niet, maar wilden hen toch waardig begraven.

Nooit heb ik aan een van de vluchtelingen gevraagd welk geloof ze hadden. Voor mij waren het mensen die in nood verkeerden en dus geholpen moesten worden. Dat had ik van pater Jan Lens geleerd: mensen komen altijd op de eerste plaats.

 

U gaat nu terug naar Zuid-Soedan. Waarom?

Vele mensen zijn verbaasd als ze dat horen. ‘Het is toch veel beter hier’, zeggen ze dan. Of: ‘het is er niet veilig’. Maar ik heb mijn roeping daar gevonden en ze is nog sterker geworden. Dankzij mijn studies hier heb ik meer inzicht gekregen in het leven als vluchteling en kan ik in Zuid-Soedan nog meer betekenen voor de mensen. Ze wachten er ook op mij. Ik zal verantwoordelijke worden van een salesiaanse gemeenschap en directeur van het vluchtelingenkamp en samen met een aantal priesters 11 parochies bedienen. Ik wil er een beetje hoop brengen.

 

Uw doctoraat had ook een link met vluchtelingen.

Ik deed onderzoek naar hoe vrouwen geheeld kunnen worden na een traumatische ervaring. Ik pleit voor een holistische pastorale zorg en een diaconale benadering gebaseerd op zes sleutelelementen: verantwoordelijkheid, relatie, middelen, veerkracht, verzoening en herstel.

Ik evalueerde ook de rol van de Kerk in het ondersteunen van deze ontheemde vrouwen. Ik zie kansen in een hernieuwde focus op vergeving en verzoening. Het helpt hen bij het verwerken van hun trauma’s, het geeft hen energie en het geeft hen de vrijheid om hun leven opnieuw in handen te pakken.

Ik zag mijn doctoraat ook als een kans om aan die vrouwen in vluchtelingenkampen een stem te geven. Ik heb van hen geleerd hoe belangrijk het is om ondanks alles positief te blijven.

Voedselbedeling in het vluchtelingenkamp anno 2016
Voedselbedeling in het vluchtelingenkamp anno 2016 © World Vision

Hoe houdt u dit vol, die zware opdracht?

Ondertussen ben ik bijna 16 jaar priester en 24 jaar salesiaan. Mensen, geduld en gebed zijn drie zaken die ik echt nodig heb in mijn leven, waarbij de mensen altijd op de eerste plaats staan.

De mensen die bij ons terechtkwamen hadden niets, ze hadden dit lot ook niet zelf gekozen. En in hun leven voordat ze bij ons aankwamen, mochten ze ook niet kiezen. Het waren tweederangsburgers. We geven hen kansen voor een betere toekomst. Vaak lukt het niet vanwege hun vroegere ervaringen. We moeten geduld met hen hebben. Als ze de eerste kans niet kunnen grijpen, moeten we hen een tweede of een derde kans,… geven.

 

Hoeveel mensen verblijven er nu nog bij jullie?

Momenteel 35 tot 40.000. En door de situatie in Soedan komen er nog steeds bij. Door de spanningen in Soedan en in Zuid-Soedan vluchten er ook veel naar Tsjaad want ook in Zuid-Soedan is het niet veilig.

 

Met hoeveel paters zijn jullie in het vluchtelingenkamp?

We zijn er met 4 in onze gemeenschap. Voor het vluchtelingenkamp ben ik de enige die er een verantwoordelijkheid draagt. De anderen zijn geëngageerd in onderwijs en vormingswerk.

Ik keer terug naar Zuid-Soedan met een open hart en ik zal wel zien wat er nog allemaal komt. We staan er daar ook niet alleen voor. In het vluchtelingenkamp wonen er ook Caritaszusters van Don Bosco uit Japan, Zuid- Korea en Brazilië. Ze spreken geen Arabisch, wel Engels. Een van hen is verpleegster, een andere is de koster in de kerk en ze helpen ons bij de pastorale zorg. En dan zijn er nog zusters van Don Bosco die ons helpen.

Tom Heylen