In Senegal zijn christenen blij en trots op hun geloof

“Als je op zoek bent naar redenen om optimistisch te zijn voor de Kerk, is Senegal een goede plek om te beginnen!” zegt mgr. Francis Badji,  bisschop-coadjutor van het bisdom Kolda, een van de armste bisdommen van Senegal. Voor zijn kleine kathedraal, zeer vervallen en nauwelijks in staat om honderd gelovigen te herbergen, kreeg deze zin een bijzondere kracht. Het is me bijgebleven tijdens mijn bezoek aan Senegal vorige maand.

Wat mij meteen opviel waren niet de statistieken over de Kerk of het aantal projecten dat zij realiseert, maar de sfeer: een manier van geloven en het geloof beleven in eenvoud, enthousiast en vertrouwvol.

Ik heb christenen ontmoet die blij en trots zijn op hun geloof. Zij lijken het niet te ervaren als een erfenis uit het verleden die moeizaam in stand moet worden gehouden, maar veeleer als een kracht voor het heden – een kracht die dingen in beweging zet en tot toewijding inspireert. Tijdens liturgische vieringen en in mijn ontmoetingen met priesters, religieuzen, catechisten en jongeren heb ik een Kerk leren kennen die zich diep bewust is van haar missie.

In een omgeving waar christenen een kleine minderheid vormen, zou men angst of terughoudendheid verwachten. Ik trof echter het tegenovergestelde aan: een Kerk die haar geloof ongehinderd en zonder agressie in de praktijk brengt, en niet bevreesd is voor haar eigen voortbestaan. Dit herinnert ons eraan dat een Kerk niet de grootste hoeft te zijn om vruchtbaar te zijn.

In een overwegend islamitische samenleving bouwen christenen hun identiteit niet op tegen hun buren. Ze beleven hun geloof in hun midden – door in respect, dialoog en ontmoeting – zonder daarbij afbreuk te doen aan wie ze zijn.

Toch zijn de moeilijkheden zeer reëel. De middelen zijn beperkt en gemeenschappen moeten met heel weinig veel tot stand brengen. Catechisten moeten opgeleid, jongeren en gezinnen ondersteund, roepingen gestimuleerd en voorzieningen onderhouden. Daarnaast moet er pastorale zorg worden geboden aan gemeenschappen die soms zeer afgelegen liggen. Toch lijkt deze Kerk niet verlamd door wat ze mist. Ze gaat uit van wat ze heeft en beweegt zich vol vertrouwen vooruit.

Juist daarom verdient zij onze steun. Laten we de Kerk in Senegal steunen. Zij geeft met beperkte middelen zuurstof aan vele lokale gemeenschappen en houdt de hoop levend. Door onze gebeden, solidariteit en giften kunnen we haar helpen haar missie voort te zetten en degenen te steunen die op haar rekenen.

Kerk herinnert ons aan een wezenlijke waarheid: de toekomst van de Kerk wereldwijd hangt niet alleen af van haar middelen, haar gebouwen of haar plaats in de samenleving, maar ook – en vooral – van vrouwen en mannen die in staat zijn te geloven, te dienen, het geloof door te geven en samen op weg, op missie te gaan.

Laten we samen onze Zusterkerk van Senegal steunen, haar helpen hoop te blijven uitdragen.

 

Théogène Havugimana