Paus Leo XIV door de ogen van een medebroeder

Suara 101 – op missie in België
Op 22 mei 2025 vierde de augustijnse gemeenschap in het heiligdom van Sint-Rita in Bouge drie gebeurtenissen: de negentigste verjaardag van het heiligdom, de honderdvijftigste verjaardag van de heiligverklaring van de augustijnse zuster Sint-Rita, de beroemde patrones van hopeloze zaken, en natuurlijk de verkiezing, op 8 mei jongstleden, van de augustijnse kardinaal Robert Francis Prevost tot de 267e paus. Na de eucharistieviering, die rijk was aan evocaties en meditaties en die hij bij deze drievoudige gelegenheid voorzat, verleende pater Martin Davakan O.S.A., overste van de augustijnse gemeenschappen in België en Togo, een interview aan Missio. Wij danken hem hier hartelijk voor.

 

Hoe hoorde u dat uw medebroeder, kardinaal Robert Francis Prevost, tot nieuwe paus was verkozen?

Ik zat in een restaurant met vrienden en medebroeders. Net als iedereen zaten we te wachten op de naam van de nieuwe paus nadat de witte rook was verschenen. Zodra we zijn naam hoorden, sprongen we van vreugde op en begonnen we onmiddellijk zijn verkiezing te vieren.

P. Martin Davakan o.s.a.
P. Martin Davakan o.s.a.

Had u hem al eens ontmoet vóór zijn verkiezing tot paus? Zo ja, kunt u ons iets over hem vertellen?

Ja, ik heb hem meerdere keren ontmoet. De eerste keer was in 2011, in Madrid, toen hij de Algemene Overste van onze orde was en ik op het punt stond aan mijn noviciaat te beginnen. Ik ervoer hem niet als een afstandelijke overste, maar als een nabije broeder, attent, en volledig geworteld in het leven van zijn medebroeders.

De tweede keer dat we elkaar tegenkwamen, waren er sinds onze eerste ontmoeting al verscheidene jaren verstreken. En toch noemde hij me onmiddellijk bij mijn naam. Dit ogenschijnlijk eenvoudige detail zegt veel: hij is een diepmenselijk man, nabij de mensen, nederig, een ware herder die, zoals paus Franciscus zegt, “de geur van zijn schapen kent”.

 

Hebben jullie als augustijnen bijzondere verwachtingen van paus Leo XIV?

Ja, we hopen dat hij zal bijdragen aan een verdere verspreiding van de augustijnse spiritualiteit in de Kerk. Een spiritualiteit die diep geworteld is in het innerlijke leven. Sint-Augustinus herinnert ons eraan dat we

God vaak buiten onszelf zoeken, terwijl Hij in ons woont. En hij voegt daar die beroemde woorden aan toe: ‘Ons hart is rusteloos tot het rust vindt in U.’

Het innerlijke leven verdiepen betekent onze relatie met God versterken. En uit die intimiteit met Hem kunnen authentieke vruchten voortkomen: goede werken, een rechtvaardig woord, een verlicht leven.

 

Wat zijn volgens u de belangrijkste uitdagingen waar paus Leo XIV onmiddellijk aan moet werken?

Vrede! Het meest urgente is vrede. Onze wereld wordt verscheurd door zoveel conflicten, verdeeldheid en geweld. Ze snakt naar vrede. Ieder van ons heeft vrede nodig. En ook de Kerk zelf heeft vrede nodig om haar missie in trouw en sereniteit te vervullen.

Maar die vrede moet eerst in onze harten wonen, voordat ze naar buiten kan komen. Want alleen een vredig hart kan vrede brengen – in onze families, onze gemeenschappen, onze ondernemingen. Paus Leo XIV, met de wijsheid en augustijnse spiritualiteit die hem kenmerken, wordt geroepen om dit krachtig te benadrukken: dat echte vrede van binnenuit begint, in de ontmoeting met God.

 

En hoe zal hij de heikele kwesties binnen de Kerk aanpakken zoals het kindermisbruik, het huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht, de wijding van vrouwen of de synodaliteit?

Ik kan uiteraard niet voorspellen welke beslissingen paus Leo XIV over deze delicate onderwerpen zal nemen. Maar wat ik wel kan zeggen, is dat hij een echte herder is: dicht bij de mensen, met oog voor hun wonden, en met een aandachtig oor.

Ik ben ervan overtuigd dat hij advies zal vragen, de noden zal horen en de hoop zal aanvoelen. En dat hij, gevoed door dit luisteren en geleid door het onderscheidingsvermogen van de Heilige Geest, de juiste stappen zal zetten, trouw aan het Evangelie en de levende traditie van de Kerk.

 

Wat hoopt u dat Missio voor de paus doet, en omgekeerd?

Allereerst dat ze naar elkaar luisteren, elkaar leren kennen, en vooral voor elkaar bidden. Het is op dat niveau – van relatie, luisteren en gebed – dat echte gemeenschap ontstaat.

Want de missie van de Kerk wordt niet alleen door menselijke strategieën opgebouwd maar door een diepe samenwerking, geworteld in het geloof. De paus, als universele herder, draagt de missionaire dynamiek in het hart van zijn ambt. Missio is een concrete uitwerking van die dynamiek in de praktijk.

Door elkaar geestelijk en concreet te steunen, kunnen ze samen hun gemeenschappelijke missie beter vervullen: het Evangelie verkondigen tot aan de uiteinden van de aarde.

 

Emmanuel Babissagana