Na de deugddoende nachtrust trek ik wat vroeger naar de Boulevard de la Grotte, 5 minuutjes wandelen, om het eerste deel van mijn verhaal online te zetten. In ons logement is er namelijk geen internet en zeer slechte telefoonverbinding, in het Mission universelle wel. Ik doe dus 2 uurtjes vroeger open en ook dan komen bezoekers binnen.
Een Spaanstalige vrouw loopt even binnen. Ze is op zoek naar een kleine attentie voor haar zus. De balpennen met de sleutels van Petrus neemt ze mee. En ze vertelt hoe zo meer dan 40 jaar geleden ‘Enfance Missionnaire’, de kinderwerken van de Pauselijke Missiewerken op school leerde kennen. ‘In de klas stonden 2 gezichten als spaarpot, een Chinees en een Afrikaans. In beide werd geregeld un sou gestoken.’ Zo begon haar liefde voor de Pauselijke Missiewerken die nog steeds verder leeft.
Het online publiceren wordt af en toe onderbroken. Ik had ook niet anders verwacht. Een Engelse benedictijn houdt even halt, kijkt wat rond en vraagt in het Frans naar een foto van paus Leo. Deze is nog niet toegekomen in de Boulevard de la Grotte. ‘Ook in het heiligdom vond ik enkel foto’s van paus Franciscus. Ik zal nog even geduld hebben.’ Ik hoor dat hij niet Franstalig is en inderdaad, hij komt uit Engeland. Het vraagt zich af wat OPM is. ‘Is dat wat bij ons Missio heet?’ vraagt hij me. En inderdaad, Missio kent hij in Engeland én in Oostenrijk. Zijn oom was de voorganger van pater Karl, de huidige directeur van Missio – inderdaad Missio – Oostenrijk. En net daarvoor werd een een pakket vanuit Wenen met afzender Missio – Oostenrijk afgeleverd. In Lourdes komt dus echt de wereld samen.
Het eerste verslag in het Nederlands staat ondertussen online en ik ontving van Emmanuel, de coördinator van Missio in Wallonië, ondertussen de Franse vertaling. Die zal later op de dag online worden gezet, want er is alweer een bezoeker. Tony, vrijwillige medewerker/brancardier aan de bedevaart van het bisdom Hasselt en professioneel journalist bij Otheo, had me beloofd langs te komen en dat doet hij dus ook. ‘Goed aangekomen?’ vraag ik hem. ‘Ja, maar de warmte overviel ons gisteren letterlijk toen we uit de trein stapten.’ Hij weet uit zijn jarenlange ervaring dat in Lourdes het weer alles kan zijn, en dus ook snel kan veranderen. Het doet hem zichtbaar deugd dat het toch wat koeler is. Tony bezorgt me het programma van hun bedevaart. We zullen elkaar zeker nog in Lourdes tegenkomen. Hij moet vertrekken want om 12 u. wacht het middagmaal.
En soms zie je aan de kledij dat er een Vlaming aankomt. Michel loopt voorbij in zijn uniform van brancardier van de bedevaarten vanuit Limburg. ‘Goed aangekomen uit Limburg?’ vraag ik hem, maar ik hoor een Westvlaams accent. Hij woont in het Ieperse, maar zijn vader was mijnwerker. ‘Ik ben reeds voor de 43ste keer als brancardier in Lourdes’, vertelt hij me. ‘Het is als drugs voor mij, maar een drug die leven geeft.’ Hij blijkt ook voorzitter te zijn van het Marialegioen in Oost-Vlaanderen. ‘Dit jaar kom ik drie keer naar Lourdes, omdat het een jubeljaar is. Dit is mijn eerste bedevaart en er volgen er dus nog twee.’ Ook voor hem wacht het middagmaal om 12 u. dus hij vertrekt naar zijn hotel. Ook voor mij zit de voormiddag er op. Zuster Thérèse komt er aan. Het middagmaal in Saint-Michel smaakt en een beetje rust wacht.
Er loopt nog een jongeman even binnen. Hij kijkt wat rond en stelt zich voor: ‘Ik ben een seminarist in Toulouse en ken de Pauselijke Missiewerken nauwelijks. De figuur van Jeanne Bigard fascineert me. Waarom horen we niets van haar in onze opleiding?’ Ik kan op die laatste vraag natuurlijk geen antwoord geven, maar stel hem voor het kleine boekje over het leven en werk van Jeanne Bigard mee te nemen voor een kleine gift. Hij stemt er mee in. Hopelijk ontdekt hij de waarde van het Werk Sint-Petrus apostel en kan de Kerk rekenen op een extra steun van hem en zijn collega-seminaristen.
Ondertussen is zuster Thérèse er. Ze neemt de namiddagsessie voor haar rekening en ik ga eten in de Hospitalité Saint-Michel. De vriendelijkheid waarmee daar dagelijks honderden vrijwilligers worden begroet en een maaltijd kunnen krijgen, treft me ook vandaag weer.
Daar ik nog brood nodig heb, wandel ik terug even naar het stadscentrum. Ik maak van de gelegenheid gebruikt om ook de parochiekerk even binnen te stappen. Met een kleine omweg, want het plein voor de kerk is opgebroken, stap ik de kerk binnen. Een oase van rust. Het is de kerk waar Bernadette Soubirous werd gedoopt. En boven de doopvont prijkt dan ook een tafereel over haar leven.
Ook valt me de kruisweg op, vrij recent geschilderd op een fel blauwe achtergrond. En ook achter het altaar prijken enkele grote panelen, met hetzelfde blauw. Er loopt een man rond die de kaarsen aanvult. Ik spreek hem aan en vraag of er info bestaat over de kruisweg en de panelen. ‘Deze kruisweg is het werk van een lokale kunstenaar, Philippe Pujo, die deze schilderde en in 2021 werd hij hier in de kerk geplaatst’, steekt de man van wal. Mijn vraag naar het blauw wordt snel beantwoord. ‘De kunstenaar maakte deze kruisweg, en ook de panelen achter het altaar, speciaal voor deze Heilig Hartkerk. En als u goed kijkt, zal u ontdekken dat de opvallende kleuren ook in de glasramen van de kerk terug te vinden zijn.’ Mijn vraag of er een publicatie is over de kruisweg en de panelen wordt negatief beantwoord. ‘We zijn er nog mee bezig.’ Wel blijkt er in de sacristie een beetje info te zijn. Drie A4-tjes met tekst over de panelen. ‘Het is het enige wat er volgens mij is. Ik zal het even halen, maar u mag het niet meenemen. Als u het wil, mag u het wel fotograferen zodat u het later kan lezen.’ Zo gezegd, zo gedaan, en dus wat lectuur voor later.
Ondertussen maakt het stadscentrum zich klaar voor de komst van de Tour, morgen. Zaterdag, kort na de middag zal het peloton in het centrum passeren om de Pyreneeën in de trekken. Van 20 u. tot 21 u. heb ik nog permanentie. Zuster Marie, die de late namiddag voor haar rekening nam, zegt me dat het een kalme namiddag was. En inderdaad ook de avond was rustig. Een oudere man met een TAU-kruisje om zijn hals, stapt nog even binnen. Hij is – zo vertelt hij me – de laatste Franse pater minderbroeder in Togo, met vakantie in Frankrijk en dus ook een bezoekje aan Lourdes. Hij kent dus ook de Pauselijke Missiewerken, maar vindt een babbeltje wel fijn. ‘Ik ben reeds meer dan 40 jaar missionaris in Afrika. Mijn hart ligt dus in dat continent, meer bepaald in Togo. Ik ben er nog de enige Franse missionaris.’ ‘En wat doet dat me u?’ vraag ik hem. ‘Gelukkig hebben wij, Franciscanen, in Afrika nog vele roepingen. Mijn werk is er dus in goede handen en dat stemt me blij. En ik keer binnen enkele weken terug. Togo is meer mijn thuis dan Frankrijk.’ Ondertussen komen er weer talrijke bedevaarders voorbij die voor de kaarsjesprocessie van 21 u. afzakken naar het heiligdom. En komt Pitjoe Geybels ook nog langs. Hij is diaken in de parochie van mijn moeder en dus ook voor mij geen onbekende en een van de vele brancardiers die de bedevaart van het bisdom Hasselt vergezellen. Een fijne babbel om de avond af te sluiten en een ‘Tot morgen’ want om 10 u. ga ik naar hun eucharistieviering in het heiligdom. De avond valt over Lourdes en de rust in de Boulevard de la Grotte doet zijn intrede.
Tom Heylen, coördinator Missio voor Vlaanderen