Bijbelse meditatie voor 17 oktober

Gedenkdag van de heilige Ignatius van Antiochië, bisschop en martelaar

28e week door het jaar – Even Jaar

Ef 1, 15-23  |  Ps 8  |  Lc 12, 8-12

Jezus zegt ons heel direct in het evangelie van vandaag: “Ieder die Mij bij de mensen belijdt, hem zal die Mensenzoon als de zijne erkennen bij Gods engelen.”

Op het eerste gezicht lijkt het misschien alsof het alleen om woorden gaat – of we in het openbaar over Jezus spreken. Maar het gaat veel dieper. Het gaat erom of ons hele leven Hem erkent of Hem op subtiele wijze verloochent. Jezus spreekt deze woorden terwijl hij zijn leerlingen voorbereidt op hun zending. Hij weet dat zij te maken zullen krijgen met druk, tegenstand en zelfs vervolging. Hij zegt hen dat zij niet bang hoeven te zijn. De Vader zorgt voor hen. De Zoon zal hen bijstaan. En de heilige Geest zal hen de woorden geven die zij nodig hebben. Met andere woorden: ze hoeven niet bang te zijn, want wanneer Hij hen uitzendt, gaat Hij met hen mee. Maar er moet nog steeds een keuze worden gemaakt: zullen we Christus erkennen, of zullen we zwijgen, vooral als dat ons iets kost?

Angst kan ertoe leiden dat we ons geloof verbergen, compromissen sluiten en Jezus aan de rand van ons leven houden. Geloof daarentegen geeft ons de moed om openlijk als zijn volgelingen te leven, in het vertrouwen dat ons leven in Gods handen ligt.

Vandaag geeft de Kerk ons een krachtig voorbeeld in de heilige Ignatius van Antiochië. Op zijn weg van Smyrna (het huidige Izmir, Turkije) naar zijn martelaarschap in Rome, maakte hij gebruik van de ‘preekstoel’ van zijn ketenen om via zeven brieven te getuigen voor de eerste christenen. In één daarvan schreef hij dat hij ‘Gods tarwe’ wilde worden, vermalen als brood voor Christus. Hij begreep dat Jezus volgen betekende dat men zich moest verenigen met de eucharistische zelfgave van de Heer, de weg van de tarwekorrel moest gaan, zijn leven moest ‘verliezen’ om het te redden.

Van de meesten van ons zal geen martelaarschap worden gevraagd. Maar van ons allen wordt getuigenis gevraagd – dagelijks, concreet en vaak in stilte. In onze gezinnen, in ons werk, in onze gesprekken, in de manier waarop we liefhebben. In dat getuigenis doet God het zware werk. Zoals paus Benedictus XVI schreef in zijn boodschap voor de Wereldmissiezondag van 2009: ‘Evangelisatie is het werk van de Geest. Het gaat niet op de eerste plaats om actie maar om getuigenis en uitstraling van het licht van Christus.’

Laten we vandaag, op de voorspraak van de heilige Ignatius van Antiochië, de heilige Geest om hulp vragen om het licht van Christus te weerspiegelen en Hem te erkennen met onze lippen en ons leven.