De eerste lezing van de liturgie van vandaag spreekt niet over beschermengelen, maar over een boodschapper (engel) die, opvallend genoeg, de naam van God zelf draagt. Dit is een typisch bijbels beeld: God woont in de hoogten van de hemel, maar is tegelijkertijd aanwezig in deze wereld. Deze schijnbare tegenstrijdigheid wordt opgelost door te beseffen dat God boven blijft, maar hier beneden handelt via zijn boodschapper, die in werkelijkheid God zelf is, aanwezig en werkzaam in de wereld.
Voor Israël openbaarde deze mysterieuze aanwezigheid zich vooral in de bevrijding van het volk uit de slavernij waaraan het in Egypte was onderworpen, en in de leiding die God hen gaf naar een land waar melk en honing vloeien. God begeleidde hen op die lange reis, ondersteunde hen en hielp hen de moeilijkheden te overwinnen die zij tegenkwamen – bovenal sprak Hij tot hen en gaf Hij hun een wet van vrijheid – de Tien Geboden – die zorgde voor relaties van gerechtigheid en broederschap binnen het volk. Als het volk deze normen zou overtreden, zouden zij onvermijdelijk terugvallen in slavernij, zoals inderdaad gebeurde met de val van Jeruzalem en de Babylonische ballingschap.
Ook Jezus verkondigde zijn evangelie van vrijheid, terwijl hij over de wegen van Galilea trok en de vreugde en het vaak dramatische lijden van gewone mensen deelde. Zijn zorg gold vooral de minsten – degenen die door weerzinwekkende ziekten waren getroffen of verachtelijke beroepen uitoefenden, waardoor zij naar de rand van de samenleving werden gedreven en van de eredienst werden uitgesloten. Ook kinderen waren een treffend voorbeeld.
Aan al deze mensen besteedde Jezus bijzondere zorg en leerde Hij dat alleen zij die worden als kleine kinderen het Rijk Gods kunnen binnengaan. Dit is de weg die door vele missionarissen is gevolgd, die de harten van mensen hebben weten te raken door de komst van het Rijk Gods te verkondigen en door, in woord en daad, Gods barmhartigheid voor iedereen zichtbaar te maken, te beginnen bij de armsten en meest verlatenen.
Paus Franciscus schreef: “Zoals we zien is missie een onvermoeibaar erop uitgaan naar alle mannen en vrouwen om hen uit te nodigen tot een ontmoeting en een gemeenschap met God.” (Boodschap voor de Wereldzondag 2024). Dit is ook de weg die missionarissen door hun voorbeeld aan hun Kerken van herkomst wijzen.