In het evangelie van vandaag beschrijft Jezus een dienaar aan wie verantwoordelijkheid is toevertrouwd en wiens meester op een onverwacht uur terugkeert. Hij sluit af met een zin die ons bij moet blijven: “aan wie veel is toevertrouwd, zal des te meer worden gevraagd.”
Dit is in wezen niet bedoeld als een waarschuwing, maar als een herinnering aan onze waardigheid, ons potentieel en de heilige verantwoordelijkheden die God ons heeft toevertrouwd.
Paulus was zich bewust van zijn door God gegeven waarde, capaciteiten en plichten. In de eerste lezing spreekt hij over het geheim … dat nu geopenbaard is en dat generaties lang verborgen was gebleven: dat alle volkeren geroepen zijn om via het evangelie te delen in dezelfde belofte in Christus Jezus. Wat eens alleen voor de Joden leek te zijn voorbehouden, wordt nu aan iedereen aangeboden. Paulus begrijpt zijn leven in het licht van die gave. Dit mysterie is hem toevertrouwd, niet om het voor zichzelf te houden, maar om het te verkondigen.
Dit is de sleutel tot het begrijpen van wat Jezus ons in het evangelie van vandaag zegt. Een dienaar wordt niet beoordeeld op wat of hoeveel hij bezit, maar op hoe hij gebruikmaakt van wat hem is toevertrouwd. Een goede en betrouwbare dienaar verdeelt oordeelkundig wat de meester hem heeft gegeven, de ontrouwe en onbetrouwbare gebruikt de goederen van de meester voor zichzelf en gaat slecht om met anderen. Wat voor soort rentmeester zijn wij van de mysteries en gaven van de Heer?
We hebben de ongelooflijke gaven ontvangen: de kennis van Christus, het geloof, het Woord van God, de sacramenten en de gemeenschap van de Kerk. En al die gaven gaan gepaard met een overeenkomstige taak: ze zijn bedoeld om ons te veranderen en zo de wereld te veranderen. Wat we vrijelijk hebben ontvangen, zijn we geroepen vrijelijk te geven.
Zoals paus Benedictus XVI schreef in zijn boodschap voor de Wereldmissiezondag in 2012: “Het geloof is echter ook een gave die ons is gegeven om samen te delen; het is een talent dat is ontvangen om vrucht te dragen; het is een licht dat niet verborgen mag blijven, maar het hele huis moet verlichten. Het is de belangrijkste gave die ons in ons bestaan is gegeven en die wij niet voor onszelf mogen houden.” De missie kan daarom nooit een optionele dimensie van het christelijke leven blijven. Het is de natuurlijke uitdrukking ervan. Christus kennen en liefhebben houdt in dat we Hem bekend en geliefd willen maken. Wij hebben het voorrecht gehad Jezus eerder te ontmoeten dan anderen, en hebben nu de mooie taak om anderen te helpen Hem te leren kennen.
Een van de toetsstenen om te zien of we op de juiste manier met Jezus omgaan, is de ijver waarmee we anderen op het juiste moment het voedsel van het evangelie, van elk woord dat uit de mond van God komt, en uiteindelijk het voedsel van de eucharistie willen geven. Dat is waar goede en betrouwbare dienaren naar streven. Maar Jezus benadrukt vandaag eveneens dat er mensen zijn die – schijnbaar zonder toezicht van Jezus vanwege een gebrek aan bewustzijn van zijn aanwezigheid – zich zondig gaan gedragen, uitsluitend gericht op zichzelf en hun eigen genoegens, zelfs tot het punt waarop ze anderen schade berokkenen.
De Heer wil dat wij allemaal goede en betrouwbare dienaren zijn. Hij wil dat wij ons herinneren dat ons ‘veel’ en ‘nog meer’ is gegeven, en Hij wil dat wij, gesterkt door dat vertrouwen en alert op Zijn aanwezigheid en zegen, wat ons is gegeven royaal met anderen delen.