Jezus geeft ons in het evangelie van vandaag twee heel eenvoudige beelden: een mosterdzaadje en een klein beetje gist. Beide lijken onbeduidend. Beide kunnen gemakkelijk over het hoofd worden gezien. En toch hebben beide een verborgen kracht om te transformeren.
Het mosterdzaadje is bestemd om uit te groeien tot een grote struik, die onderdak biedt aan de vogels van de hemel. De gist, vermengd met meel, laat stilletjes het hele deeg rijzen. In beide gevallen is de transformatie reëel, hoewel niet onmiddellijk en in eerste instantie niet altijd zichtbaar.
Jezus gebruikt de gelijkenissen om te laten zien hoe het Rijk Gods groeit. We denken vaak dat Gods werk spectaculair, duidelijk en onmiskenbaar zou moeten zijn. Maar Jezus wijst ons juist op iets kleins, verborgen en geduldigs. Het Rijk begint op manieren die bijna kwetsbaar kunnen lijken, en toch draagt het een kracht in zich die veel verder reikt dan wat we kunnen zien.
Paulus schrijft in de eerste lezing over het sacrament van het huwelijk, een van de manieren waarop Jezus zijn apostelen twee aan twee uitzendt. Zoals we zien in het leven van de heiligen Priscilla en Aquila in het Nieuwe Testament, groeit het Rijk van God vaak huwelijk voor huwelijk, omdat het huwelijk en het gezin in staat zijn om deel te hebben aan en iets door te geven van de liefde van God, die de kern van het evangelie vormt.
In een beroemde passage uit zijn apostolische exhortatie Evangelii Nuntiandi uit 1975 beschreef paus Paulus VI de geschiedenis van de evangelisatie op vele plaatsen, zowel in de oudheid als in de moderne tijd. Die begint vaak met één christen, of een echtpaar, of een klein groepje. “Laten we ons een christen of een groep christenen voorstellen. Temidden van de gemeenschap van mensen tussen wie zij leven, geven zij er blijk van in staat te zijn tot begrip en tonen zij zich gastvrij; leven en levenslot delen zij met de anderen, en solidair met hen zetten zij zich met allen mee in voor al wat edel en goed is. Zij stralen bovendien op een eenvoudige en spontane manier uit dat zij geloven in enkele waarden die uitgaan boven de gangbare, en dat zij hopen op iets dat onzichtbaar is en waar zij zich geen voorstelling van zouden durven maken. Dan wekken deze christenen, met een dergelijk getuigenis zonder woorden, in de harten van hen die hen zien leven onweerstaanbaar vragen op: Waarom zijn zij zo? Waarom leven ze op die manier? Wat of wie is het die hen inspireert? Waarom zijn zij temidden van ons? Welnu, een dergelijk getuigenis is reeds verkondiging van de Blijde Boodschap, stilzwijgend maar heel krachtig en werkzaam.” Hier hebben we te maken met een eerste daad van evangelisatie.
In verschillende van zijn boodschappen voor de Wereldmissiezondag legde paus Johannes Paulus II de nadruk op de manier waarop de zending van de Kerk plaatsvindt. “De ‘kleine kudde’ van Christus”, zo schreef hij in 1999, “wordt over de hele wereld uitgezonden om het zuurdesem te zijn van een nieuwe mensheid.” In 1994 zei hij: “Het enige doel van de missionaris is het evangelie te verkondigen om zo een gemeenschap op te bouwen die een verlengstuk wordt van de familie van Jezus Christus en gist is voor de groei van Gods Koninkrijk.”
Hij verloor nooit uit het oog dat het zuurdesem samen met het deeg in de oven van het lijden wordt gebakken. Over het lijden en het doorzettingsvermogen van missionarissen zei hij: “Zij moeten weten dat hun inspanningen en hun lijden niet verloren zullen gaan – integendeel, zij zullen het zuurdesem zijn dat in de harten van andere apostelen het verlangen doet ontkiemen om zich in te zetten voor de nobele zaak van het evangelie” (Wereldmissiezondag 2000).
Hij riep hen niettemin op tot hoop, zelfs wanneer het zaad niet lijkt te groeien of de gist niets lijkt te laten rijzen. “Ook waar de prediking van het woord wordt verhinderd” zei hij in 1980, “vormt de loutere aanwezigheid van de missionaris met zijn getuigenis van armoede, liefde en heiligheid reeds een doeltreffende vorm van evangelisatie.” Hij prees die missionarissen “dat zij met onmetelijke offers soms en te midden van allerlei soort moeilijkheden het zaad van het woord uitzaaien waardoor de Kerk zich ontwikkelt en wortelschiet in de wereld.”
De zending van de Kerk en de groei van het koninkrijk van Christus vinden dus meestal niet plaats door grote gebeurtenissen zoals het eerste Pinksteren, maar door de kleine daden en de volhardende trouw, naastenliefde en hoopvolle volharding van missionarissen.
Vandaag nodigt de Heer ons uit om op dit verborgen werk te vertrouwen.