Job was een zeer rijke man die zichzelf als eerlijk en rechtschapen beschouwde, ervan overtuigd – geheel in de geest van zijn tijd – dat de enorme omvang van zijn bezittingen het bewijs was van zijn rechtschapenheid. Om deze reden moest hij, toen hij al zijn rijkdom kwijtgeraakt was, het harde oordeel onder ogen zien van degenen die aannamen dat zulk lijden het gevolg moest zijn van een of andere ernstige zonde die hij begaan had. Job weigerde echter te accepteren dat hij als een zondaar werd behandeld. Hij gaf daarom uiting aan een fel protest tegen God, van wie hij geloofde dat Hij hem in deze ingewikkelde situatie had gebracht.
Uiteindelijk treedt God zelf ten tonele en reageert, niet door de goddelijke gerechtigheid uit te leggen, maar door de wonderen te beschrijven die Hij in deze wereld heeft verricht – wonderen die getuigen van Zijn soevereine macht. En ten slotte begrijpt Job dat God in de wereld niet handelt als een rechter die louter beloningen of straffen uitdeelt, maar als de levensenergie die het leven in stand houdt en zich openbaart in het verlangen naar goedheid, vriendelijkheid en liefde dat diep in het menselijk hart woont.
De leerlingen die Jezus uitzond om de komst van het Koninkrijk van God te verkondigen, beseften al snel dat God op mysterieuze wijze hen was voorgegaan. Het was God zelf die aan het werk was in de tekenen die zij verrichtten – tekenen die Zijn overwinning op de krachten van het kwaad en Zijn barmhartigheid jegens allen die leden in lichaam, geest of ziel openbaarden. Hun taak was eenvoudigweg de hoop op een betere wereld levend te houden, een wereld waarin het kwaad uiteindelijk zou worden overwonnen.
God is dus niet het exclusieve bezit van joden of christenen. Hij is aanwezig en actief in alle mensen en moet in elke uithoek van de wereld worden gezocht en ontdekt.
Dit is precies wat Johannes Paulus II benadrukte toen hij schreef: “Het Tweede Vaticaans Concilie herinnert eraan dat de Geest door de “zaden van het Woord” werkt in het hart van iedere mens, ook in de religieuze initiatieven, in de inspanningen van de menselijke activiteit die uitgaan naar de waarheid, naar het goede, naar God” (Redemptoris missio 28).
Dit is de boodschap die missionarissen aan hun Kerken verkondigen, om hen te helpen niet te verstarren in hun eigen leerstellige of morele kaders, maar zich open te stellen voor de buitenwereld en daar de mysterieuze aanwezigheid van God te zoeken.