Voordat hij tot Christus kwam, was Paulus geen ongelovige. Als farizeeër kende hij de Schrift goed en was hij zeker bekend met de prediking van Jezus. Als hij christenen vervolgde, deed hij dat wellicht uit vrees dat de christelijke beweging, met haar sterke messiaanse nadruk, de joodse gemeenschappen in een gevaarlijk conflict met de Romeinse autoriteiten zou storten. Zijn bekering tot Christus en zijn toewijding aan de verkondiging van het evangelie waren zeker niet het resultaat van een plotselinge beslissing, maar het hoogtepunt van diepgaande bezinning. Hoewel hij een man van de daad was, was hij ook een man van het gebed, een mysticus die Jezus ontmoette en diens centrale rol in Gods plan begreep.
De nauwe band tussen gebed en handelen wordt door Lucas geïllustreerd aan de hand van het verhaal over de ontmoeting van Jezus met de twee zussen, Martha en Maria. Jezus berispt Martha niet vanwege haar drukte: dit was een taak die haar als gastvrouw toekwam. Hij zegt alleen dat Maria, die aandachtig naar Zijn woord luistert, het betere deel heeft gekozen, dat haar niet zal worden ontnomen. In onze relatie met Jezus ligt de nadruk daarom niet op handelen, maar op gebed, opgevat als het luisteren naar het evangelie van Jezus, gevolgd door bezinning en een persoonlijk antwoord – en dit niet alleen bij bijzondere gelegenheden, maar als een levenswijze. Dit is een principe dat gemakkelijk te begrijpen is. Het evangelie dat Jezus aan de Kerk heeft toevertrouwd, is geen verzameling leerstellingen, voorschriften of rituelen die slaafs moeten worden geleerd en doorgegeven. Het is veeleer een boodschap van verlossing die altijd moet worden ‘gemediteerd’, verdiept en toegepast op de werkelijkheid van het eigen leven, alvorens aan anderen te worden doorgegeven.
Deze noodzaak wordt vooral gevoeld door missionarissen die, juist vanwege hun roeping, het evangelie brengen in omgevingen die anders zijn dan deze waarin zij zijn geboren en opgegroeid, maar het geldt voor ons allemaal. Paus Franciscus benadrukte dit wanneer hij schreef: “Door te bidden houden we de vonk van hoop brandend, die God in ons heeft ontstoken. Zo kan het zich ontwikkelen tot een vuur dat iedereen om ons heen verlicht en verwarmt, door concrete daden en gebaren, geïnspireerd door datzelfde gebed.” (Boodschap voor de Wereldmissiezondag 2025). Dit is echter alleen mogelijk als we vermijden het gebed te beperken tot een reeks verzoeken of formules die vaak mechanisch worden herhaald.