Een minderheid zijn betekent niet onbeduidend zijn

In het kader van uitwisselingen tussen de Kerk in Senegal en Missio België had p. Théogène Havugimana het genoegen mgr. André Guèye, aartsbisschop van Dakar, te ontmoeten tijdens zijn bezoek aan Senegal afgelopen augustus. Tijdens een hartelijk en zeer open gesprek in de tuinen van het kleinseminarie Saint-Joseph deelde hij zijn visie op het kerkelijk leven in Senegal – de vreugden en uitdagingen, de maatschappelijke betrokkenheid en de dialoog tussen christenen en moslims – alsook op de toekomstige weg van een Kerk die geroepen is om steeds meer synodaal, missionair en zelfredzaam te worden.

Een jonge, levendige en groeiende Kerk

In een overwegend islamitisch land vormt de katholieke Kerk een kleine minderheid. Toch is haar invloed veel groter dan haar omvang doet vermoeden. Bisschop Guèye omschrijft haar als ‘een kerk die een snelle groei doormaakt: groei in roepingen, groei in geloofsbeleving en groei in zelfredzaamheid.’ Die vitaliteit komt tot uiting in de oprichting van nieuwe parochies. ‘We blijven parochies stichten in Dakar, net als in andere bisdommen,’ legt hij uit. En daarmee ontstaan nieuwe behoeften. Het is een Kerk die groeit, zeker, maar bovenal een Kerk die vastbesloten haar missionaire roeping ten volle wil beleven – niet door zich naar binnen te keren, maar door zich op iedereen te richten en bij te dragen aan integrale menselijke ontwikkeling.

Een minderheidskerk ten dienste van iedereen

“In een land waar meer dan 95% van de bevolking moslim is, getuigen sociale hulpprogramma’s van de zorg van de Kerk voor het leven en de concrete noden van mensen, en van haar bijdrage aan de integrale menselijke ontwikkeling,” aldus bisschop Guèye. De Kerk in Senegal vormt een minderheid, maar werkt niet uitsluitend voor zichzelf. Een katholieke school is niet voorbehouden aan katholieke kinderen. In een gezondheidskliniek wordt niet eerst naar de religie van de patiënt gevraagd. Initiatieven ter ondersteuning van jongeren, gezinnen en vrouwen richten zich op iedereen, uitgaande van hun specifieke behoeften. Op die manier wordt de dienstbaarheid zelf een vorm van verkondiging.

Een minderheid zijn betekent niet onbeduidend zijn. Integendeel, de kleinschaligheid van de christelijke gemeenschap lijkt de Kerk op te roepen om juist door de kwaliteit van haar aanwezigheid, haar nabijheid, haar dienstbaarheid en de zorg voor elk individu een krachtig getuigenis af te leggen.

Een Kerk die streeft naar autonomie

Een van de grote uitdagingen blijft echter de autonomie. “Niet alleen op financieel vlak, maar ook wat betreft menselijke en spirituele middelen – wat men ‘inculturatie’ zou kunnen noemen – zodat de Kerk werkelijk Afrikaans is en niet louter naar buiten gericht.” Solidariteit tussen Kerken blijft noodzakelijk, maar mag niet ontaarden in afhankelijkheid. “We kunnen niet simpelweg met de handen in de schoot afwachten tot anderen ons helpen.” Vandaar het belang om lokale gemeenschappen in hun kracht te zetten: “Want het is onze Kerk.”

Een synodale Kerk

Bisschop Guèye benadrukt dat de Afrikaanse cultuur reeds een traditie van overleg kent: “In Afrika kennen we binnen de samenleving al een praktijk van open dialoog. De Kerk biedt een fundament voor deze dynamiek van samenhang, overleg en samenwerking.” De participatie van leken speelt hierbij een belangrijke rol. Er bestaan structuren – van parochie tot bisdom – die werkelijke medeverantwoordelijkheid mogelijk maken. De missie is dan ook niet uitsluitend een zaak van de bisschop of de clerus. Zij behoort toe aan het gehele Volk van God. Eén leidend principe vat deze weg samen: “Bouwen aan een synodale, autonome Kerk ten dienste van vrede en gerechtigheid.”

Een Kerk die actief bijdraagt aan vrede

De inzet van de Kerk reikt inderdaad verder dan scholen, klinieken en sociale hulpprogramma’s. Ook in tijden van spanning in Senegal speelden katholieke leiders een rol bij het handhaven en herstellen van de vrede. “Ik verzeker u: de rol van de Kerk was van groot belang – niet in de media, maar via contacten met leiders. (…) We hebben veel gedaan om de vrede in de harten van mensen te herstellen.” Want “zonder vrede kan ontwikkeling niet slagen.”

Christenen en moslims: van tolerantie naar ware harmonie

De dialoog tussen christenen en moslims krijgt concreet vorm. Bisschop Guèye: “We hebben het niet vaak over tolerantie. We spreken van harmonie. Tolerantie is alsof je zegt: je bent er wel, maar je mag er simpelweg zijn.” Hij bevestigt: “Ik kan getuigen dat de samenwerking tussen moslims en christenen uitstekend is. De deuren van de grote kaliefen staan open. We voeren gesprekken, vooral wanneer het land een crisis doormaakt.”

Hij vat samen wat er op het spel staat: “Samen, christenen en moslims, zorgen we ervoor dat onze samenleving – ons Senegal – een land van openheid blijft, een land van dialoog en een land van godsdienstvrijheid.”

Een boodschap aan de christenen van België

De aartsbisschop richt een dankwoord tot de Belgische Kerk: “Ik dank de hele Kerk in België dat zij ons kleine land heeft uitgekozen als middelpunt van de missionaire inzet en solidariteit van dit jaar.” Bij missie draait het altijd om uitwisseling en gemeenschap: “Dat is de aard van de Kerk. We steunen elkaar.” Missionaire uitwisseling is geen eenzijdige hulp, maar een gezamenlijke weg waarbij elke Kerk zowel geeft als ontvangt. Door haar vitaliteit, haar ervaring met dialoog en haar getuigenis heeft ook de Kerk in Senegal veel te bieden aan de Kerk in België.

“De kleine rest kan de wereld transformeren”

Zijn recente boodschap richt zich ook rechtstreeks tot christenen in Europa. Ook al neemt hun aantal af, ze mogen de moed niet verliezen. De aartsbisschop verwijst naar het bijbelse beeld van ‘de kleine rest’: “De kleine rest kan de wereld transformeren door het getuigenis van volharding en de oprechte authenticiteit van een christelijk leven, zoals de vroege gemeenschappen dat beleefden.” Deze overtuiging vat de kracht van deze Kerk samen: klein in aantal, maar groot in inzet, geloof, dialoog en dienstbaarheid. Want “samen moeten we getuigenis afleggen van de missie.”

 

Théogène Havugimana